Een visie voor de gemeenten.
Christen-zijn gaat niet om theorieën of ingewikkelde doctrines, maar om warme en zorgzame relaties en een nieuwe manier van leven.
Al onze relaties en ons hele leven zijn geworteld in de liefde van God. Vanuit die liefde veranderen we en gaan we als individu en
als kerk anders om met God en onze naaste. Daarbij zijn we naar boven, naar binnen en naar buiten gericht.
De relatie met God
Onze gerichtheid 'naar boven' verwijst naar onze relatie met God. We geven onze Schepper en Vader eer, glorie, aanbidding en
dankbaarheid. We praten met Hem in onze gebeden, we luisteren naar zijn Woord via bijbelstudie en meditatie en we staan in dienst van
zijn wil en werk. We doen dit op individuele basis, maar ook als we als het Lichaam van Christus samenkomen.
In onze gedachten en onze harten, leren we God lief te hebben met alles wat we zijn. We loven Hem en weten dat we in alles van Hem
afhankelijk zijn. We belijden met onze lippen dat Jezus onze Here is. En met ons hele lichaam dienen we Hem en voeren we zijn wil
in deze wereld uit. In alles wat we doen, behoren we Hem toe, en we leren stapsgewijs hoe we ons zelf volledig aan Hem en aan zijn wil over
kunnen geven.
Binnen de diensten en in onze levens is de relatie met God de belangrijkste. Dat uit zich concreet door veel aandacht voor gebed.
In de diensten wordt steeds meer gebeden en ook voor en na de dienst is er de gelegenheid samen te komen in gebedsgroepen.
Ook door samen te zingen kunnen we God loven en prijzen. In onze diensten wordt dan ook steeds meer gezongen. Sommige gemeenten hebben aparte
samenzangbijeenkomsten.
De relatie met elkaar
Met onze gerichtheid 'naar binnen toe' bedoelen we de relaties die we onderling als christenen hebben; de zorg en vriendschap voor
de andere leden van het Lichaam van Christus. Omdat Jezus in ons leeft, kunnen we elkaar opbouwen, bemoedigen, onderwijzen, helpen en dienen.
Het christelijk leven is geen geïsoleerd bestaan; het is niet iets wat we alleen doen. Het is een leven als lid van het gezin van God.
Volgelingen van Jezus Christus kunnen, juist doordat God in hen leeft, met anderen omgaan. Ons leven straalt de liefde van Jezus voor zijn broeders
en zusters uit.
Dat vertaalt zich in het volgende, concrete beleid:
- Het begeleiden en onderwijzen van de gelovigen zodat zij Jezus Christus echt met vreugde als hun Verlosser kunnen aanvaarden en toegang krijgen
tot zijn onvoorwaardelijke en volkomen liefde. Het christelijke leven laat ons volledig mensen zijn en biedt ons blijvende vreugde en intense vrede
aan.
- De opbouw van warme, hechte en zorgzame gemeenten waar ieder lid de liefde van God kan ervaren en kan groeien in heiligheid en geestelijk leven.
De leden moeten van 'gewone mensen', 'levende stenen' worden. Zij moeten zo begeleid worden dat ze hun dienstbaarheid en talenten verder leren
ontwikkelen, mee gaan leven met hun broeders in de kerk en groeien in de genade en kennis van Christus. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt
met name bij de dienaren: "God heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te
rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam van Christus" (Ef. 4:11-13).
- Aandacht voor specifieke groepen binnen de gemeenten. God heeft ieder mens uniek gemaakt. Bovendien hebben we in iedere fase van ons leven
ook andere behoeften. Om de verschillende groepen binnen onze gemeenten zo goed mogelijk te helpen, proberen we zoveel mogelijk 'doelgroepgericht'
te werken. Te denken valt aan kinder- en tienerwerk en speciale bijeenkomsten en lezingen voor vrouwen, mannen, gehuwden, senioren en de
alleenstaanden.
- De ontwikkeling van geestelijke gaven. De leden worden in staat gesteld hun door God gegeven gaven in te zetten voor de opbouw van het hele
lichaam, uit liefde voor God en tot eer van zijn naam.
- Kleine groepen. Door met kleine groepen medegelovigen samen te komen, kunnen we leren aan Gods liefde en zorg uiting te geven.
In bijvoorbeeld bijbelstudiegroepjes kunnen we veel meer een relatie opbouwen dan wanneer we elkaar gewoon in het voorbijgaan tegenkomen.
In een vertrouwelijke sfeer zijn we veel beter in staat over onze gemeenschappelijke geestelijke reis te praten - over onze zorgen, onze vreugden,
onze strijd en onze overwinning. We zijn dan beter in staat elkaar op te bouwen en aan te moedigen omdat we elkaars behoeften en omstandigheden
beter kennen. We staan ons zelf toe met anderen mee te voelen en mee te leven en helpen hen geestelijk te groeien, zoals zij dat ook met ons doen.
De relatie met de wereld
Onze gerichtheid 'naar buiten toe' heeft te maken met evangelisatie. Evangelisatie is niet iets groots en meeslepend. Het is de manier waarop we in
alle omstandigheden met niet-christenen omgaan - tijdens het werk, op school, op de markt. Omdat wij de goedheid van God door het evangelie hebben
leren kennen, zullen we niets liever willen dan ook anderen in de vreugde en zegeningen van het behoud te laten delen. We mogen bidden of God de
harten van onze familieleden, onze vrienden en onze buren zal openen en dat Hij ons zal willen gebruiken om hen te bereiken. Ook kunnen we God
vragen ons te laten zien wanneer en op welke wijze we het beste met hen kunnen spreken over de hoop die in ons leeft.
Daarnaast getuigen onze woorden en handelingen getuigen van een veranderd hart; de manier waarop we onze familieleden behandelen en voor onze
buren zorgen, laat zien dat we nieuwe mensen zijn. We mogen naar God toe gaan en Hem vragen ons met zijn liefde te vullen. Als die liefde
in ons woont, zullen we er steeds oprechter naar verlangen om zijn wil te zoeken - in alles wat we doen - en om de vreugde en het behoud ook met
onze vrienden te delen.
Terug naar de bovenzijde van deze site