LifeLine Lifeline LifeLine LifeLine
 
WKG Visie Adressen Doctrines Geschiedenis Kerk in Nederland en Vlaanderen Diensten en activiteiten

Info en Actief
Lectuur
Bijbelstudie
Magazine
Redactie
Links
Contact

Ontstaansgeschiedenis.

In zekere zin is de geschiedenis van iedere christen en van iedere kerk hetzelfde: we zijn allen door Jezus Christus bevrijd uit de slavernij van de zonde en door de woestijn van dit leven op weg naar het Beloofde Land. We zijn allen uit de duisternis gebracht naar Gods wonderbaar licht en we zijn allemaal geroepen om samen met andere christenen Gods werk te doen. In het kort is dat onze achtergrond en geeft dat aan waar we vandaan komen en waar we heen gaan.

Historisch gezien liggen de wortels van de Wereldwijde Kerk van God in het 19e-eeuwse Noord-Amerika. Het was een tijd waarin het geloof een grote bloei doormaakte. Veel mensen verwachtten dat Christus spoedig terug zou komen - sommigen dachten daarbij aan het jaar 1844. Ondanks de teleurstelling toen Jezus nog niet terug kwam, bleef de interesse in de Bijbel onverminderd hoog. Door de grote aandacht voor de Bijbel en de geboden, begonnen een grote groep gelovigen op de sabbat (de zaterdag) bijeen te komen voor de erediensten. Ze organiseerden zich in kerken als de Zevende Dags Adventisten. Anderen vormden later de Kerk van God (zevende dag).

Het was deze laatste groep die Herbert W. Armstrong in 1926 aanzette tot het bestuderen van de Bijbel. Herbert Armstrong was toen 34 jaar. Hij was in 1892 geboren in een eenvoudig Quaker-gezin in Des Moines, Iowa. Zelf deed hij, eenmaal volwassen, weinig meer met het geloof. Op 24 jarige leeftijd trouwde hij met Loma Dillon, een onderwijzeres die hij via zijn ouders leerde kennen. In 1924 verhuisden zij samen naar Oregon. Daar kwamen ze in contact met de Kerk van God (Zevende Dag) en onder invloed van mensen uit deze organisatie ging Armstrong zich steeds meer in de Bijbel verdiepen. Ook liet hij zich dopen. Steeds vaker begon hij aan andere mensen te vertellen wat hij tijdens zijn bijbelstudies had ontdekt.
Ook startte hij met evangelisatiewerk om de mensen in de regio over God te vertellen. Dit zou uiteindelijk uitgroeien tot de Wereldwijde Kerk van God.

Eerste dienst.
In 1933 begon hij naar aanleiding van een serie lezingen met een kleine gemeente in Eugene, een dorpje in Oregon. De mensen die naar de diensten kwamen, steunden hem financieel en al gauw had hij geld genoeg voor een programma op een klein radiostation. Dit programma, The World Tomorrow, kreeg veel belangstelling en reacties. Veel luisteraars vroegen om meer informatie en daarom begon Armstrong met The Plain Truth (De Echte Waarheid), die van een gestencild nieuwsbulletin uitgroeide tot een volwaardig tijdschrift. Door de financiële steun van de luisteraars kon het radioprogramma verder worden verspreid en was het mogelijk nog meer mensen het tijdschrift gratis te laten ontvangen.
In zijn radio-uitzendingen en openbare lezingen daagde Armstrong zijn gehoor uit 'het stof van hun Bijbel te blazen' om wat hij zei aan Gods Woord te toetsen (Hand. 17:11). 'Geloof mij niet', zei hij vaak, 'geloof de Bijbel'. Door wat hij zei, begonnen duizenden mensen de Bijbel te bestuderen. Zij raakten ervan overtuigd dat de Bijbel de leidraad voor hun leven is en ontdekten dat zij God en het behoud door Jezus Christus nodig hadden.

Via de radio-uitzendingen en tijdschriften kwamen duizenden mensen tot geloof. Ze aanvaarden Jezus Christus als hun Heer en Heiland en wilden gedoopt worden. Er kwamen veel nieuwe gemeenten tot stand en dienaren werden aangesteld om hen verder te helpen bij hun geestelijke groei. In 1947 werd in Pasadena (Californië) Ambassador College opgericht om meer mensen op te kunnen leiden voor het werk van de kerk. Hoewel de Bijbel de hoofdzaak was, kregen de studenten een vierjarige opleiding in allerlei vakken om hen voor te bereiden op de gevarieerde wereld waarin zij waren geroepen te dienen. Momenteel bestaat Ambassador College niet meer als zelfstandig opleidingsinstituut maar maakt het als universitaire afdeling deel uit van de Azusa Pacific University in Californië.
In de jaren 50 breidde het radioprogramma zich verder uit in Noord-Amerika en daarna ook in Europa, Australië en Latijns-Amerika. Ook in Nederland trok het programma luisteraars en bekeerden mensen zich tot Christus. Dit leidde in 1967 tot de oprichting van de eerste Nederlandstalige gemeente in Utrecht.

Maar terwijl het werk groeide vergat meneer Armstrong nooit dat de kerk niet zijn verdienste was. Hij wist dat alleen God bekering en groei kan geven. In de woorden van de apostel Paulus: "Wij mogen planten en begieten, maar God geeft de wasdom" (1 Kor. 3:6). De leden van de kerk werden daarom aangemoedigd te blijven groeien in de genade en kennis van Christus. Ook leerde de kerk dat we altijd bereid moeten zijn om te veranderen of bij te sturen als God dat van ons vraagt. De Kerk van God, zo zei meneer Armstrong herhaaldelijk, moet bereid zijn fouten toe te geven en de moed hebben te veranderen als dat nodig is.

En soms was dat ook nodig. Een tijd lang werd er te veel waarde gehecht aan profetieën wat tot enthousiaste voorspellingen leidde over de datum waarop Christus terug zou keren. Die voorspellingen kwamen niet uit, maar God gebruikte de fouten van de kerk wel om ons allemaal tot een dieper begrip van de Bijbel en een hechtere relatie met Hem te leiden. We streefden naar een grotere zuiverheid in onze leer en wijden ons leven, onder leiding van de Geest, meer en meer aan God toe.

Erfenis
Ook meneer Armstrong bleef God tot het laatst trouw. In januari 1986 stierf hij op 91-jarige leeftijd. Qua bezieling, wilskracht, vastberadenheid en liefde voor God en de Bijbel was hij een voorbeeld voor ons allen. Ook leerde hij ons grote trouw aan de Bijbel en gehoorzaamheid aan onze Heer en Meester - een toewijding die onze kerk ook vandaag nog kenmerkt! Maar de belangrijkste 'erfenis' die meneer Armstrong ons naliet, was elkaar!
Toen hij als dienaar begon bestond de kerk uit een handjevol mensen in de staat Oregon in Amerika. In de 53 jaar dat hij de kerk leidde, groeide die uit tot een wereldwijde organisatie met tienduizenden leden in meer dan 120 landen. De kerk beschikt niet alleen over vele gemeenten, maar ook over een eigen uitgeverij, een eigen afdeling aan de Azusa Pacific University in Californië en hulp- en evangelisatieprojecten in het voormalige Oostblok en Afrika.

Na de dood van meneer Armstrong werd het leiderschap van de kerk overgenomen door Joseph W. Tkach, die een assistent van meneer Armstrong was geweest. Meneer Tkach benadrukte het feit dat de leden allemaal een rol hebben om van God te getuigen. "We moeten een wandelende reclame voor Gods koninkrijk zijn", zo zei hij. Ook sprak hij veel over het belang van onderlinge eenheid en over het feit dat we met elkaar een geestelijke familie vormen waarin we elkaar lief moeten hebben. Toen meneer Tkach in 1995 overleed, werd hij opgevolgd door zijn zoon, Joe Tkach, die de leden bleef wijzen op de Bijbel, Jezus Christus en het werk dat de Heilige Geest in ons leven doet.

Toewijding en liefde
Er begon een nieuwe fase in de kerk. De gemeenten werden zelfstandiger om hen meer kansen te geven om Gods werk te doen in hun eigen cultuur en omgeving. Ook hoefden de diensten en de gemeenten niet meer op dezelfde manier opgezet te worden. Het ging immers niet om een fysieke eenheid, maar om een eenheid van Geest. Voor veel leden was de nieuwe manier van werken even wennen, maar na een moeilijke fase bleek de kerk meer op God gericht dan ooit. De leden werden meer en meer bij het werk betrokken en aangemoedigd zich door God te laten leiden. Met name in Afrika leidde dit tot een grote groei van de kerk.
De kerk zal zich ook in de toekomst verder door God laten leiden. Ons hoofddoel daarbij is het verkondigen van het evangelie van Jezus Christus.

"Dit is het werk van God", zei Jezus zelf, "dat gij gelooft in Hem, die Hij gezonden heeft" (Joh. 6:29). Het werk van God is daarom het brengen van mensen tot Christus, hen leiden tot geloof in hun Heiland en Verlosser en hen leren alles wat Jezus ons geboden heeft (Matt. 28:19-20).

Daarnaast besteden we veel aandacht aan de onderlinge zorg en liefde. "Hieraan zullen alle mensen weten dat jullie mijn discipelen zijn", zei Jezus, "indien jullie elkaar liefhebben" (Joh. 13:35).
De liefde tot God en de naaste en het volgen van Christus - het hoofd van de kerk (Kol. 1:18) - zijn voor ons als kerk het belangrijkste. Hoewel God ons in het verleden al veel heeft geleerd en onze kerk altijd heeft geholpen, weten we dat er nog veel ruimte voor groei is en zien er naar uit ons onder Gods leiding verder te ontwikkelen!

Terug naar de bovenzijde van deze site

Nieuws nieuws
jaarabonnement
Wereldwijde Kerk van God - Postbus 1505, 1300 BM Almere - Tel: 036-5304645 - E-mail: info@lifeblad.nl